Welkom
We hebben twee afgevaardigden uit België en een van hen is Zr. Josefa Bertels. Ze werd geboren in Retie, België en was 38 jaar missionaris in Kongo. Vanwege de oorlog ging ze van Kongo naar Senegal, waar ze zes jaar bleef. Nu is ze terug in België en zorgt er voor onze zieke zusters, ze verzorgt hun medicijnen en geeft hen zoveel aandacht als ze maar kan. Aan allen die via de blog met ons verbonden zijn wenst Zr. Josefa, dat we allen verenigd blijven in de geest van onze Congregatie, in gebed en in zending.
 |
| Belgium Delegates |
Wat is er zoal gaande?
Zondag, op het feest van Christus Koning, zijn we begonnen met onze discussies over de 4e ontwerptekst van de Constituties. Sindsdien hebben de leden van het Kapittel hard gewerkt. Het is nu de derde dag en het werk aan de herziene Constituties begint tot een eind te komen.
We hebben gedacht om vandaag de preek van Pater Ad voor het feest van Christus Koning met u te delen. Pater Ad zei ons: “Ja, laten we Christus als onze Koning vieren maar we moeten wel bedenken dat de enige koningsmantel die hij zal accepteren het jack is dat jij gegeven hebt aan iemand die het koud heeft, de enige scepter die hij de moeite waard zal vinden misschien de half opgegeten hotdog die je deelde met iemand en de enige kroon de paraplu die je gehouden hebt boven het hoofd van iemand die nat werd van de regen of verbrand door de zon”. We nodigen u uit om de hele preek te lezen en u, zoals wij, geïnspireerd en uitgedaagd te voelen.
Homilie 20 november 2001 : Christus Koning
Misschien wilt u me toestaan om enkele persoonlijke herinneringen op te halen aan deze dag, voordat ik met u de belangrijker reflecties met u deel naar aanleiding van het feest van Christus Koning. Ze werden opgehaald door een van onze Filipijnse zusters hier: toen ze bedacht dat onze Braziliaanse zusters ons vandaag in de liturgie zouden leiden, herinnerde ze me: daar had je terecht kunnen komen: in Brazilië.
In een interview, enkele weken geleden vroeg Zr Che me waarom ik de Filippijnen had gekozen als mijn missiegebied. Ik moest toegeven dat toen ons na de wijding gevraagd werd over onze voorkeur, ik niet direct aan de Filippijnen dacht; ik wilde naar Brazilië. Niet dat ik veel wist over Brazilië, maar onze Nederlandse missionarissen in Brazilië waren de enige die regelmatig schreven over de mensen en de missie daar – en dat was genoeg om velen van ons te inspireren. Maar dat bezorgde onze Provinciaal het probleem dat hij te veel vrijwilligers had voor Brazilië en niet voor de Filippijnen hier en dus vroeg hij me heel vriendelijk om er nog eens over na te denken. Ik deed dat, zonder spijt, ofschoon ik me soms wel eens afvraag wat er van mij geworden zou zijn als ik naar Brazilië was gegaan. Hoe dan ook, het laat zien dat bereidheid om te dienen zonder alle consequenties te voorzien vaak genoeg goed uitvalt, zoals velen van ons hier – met of zonder religieuze geloften – ontdekt hebben.
Het Feest van Christus Koning: het is een feest dat nog steeds enthousiast gevierd wordt door gelovigen in vele landen, maar dat in vraag gesteld wordt door gelovigen elders. Laten we beginnen met enkele van die vragen, zonder vrees, want de vragen die mensen stellen zijn niet noodzakelijk een teken dat ze minder geloven in de kern van het Evangelie van Jezus dan degenen die het vieren. Een belangrijke vraag schijnt te zijn: wat kunnen we nog met de titel “Koning” voor Jezus in een wereld, die nauwelijks nog weet wat koningen zijn? … In maatschappijen die soms met geweld hun koning verworpen hebben en opteren voor meer democratische vormen van leiderschap? Of in de huidige culturen waar koningen en koninginnen alleen gekend worden vanwege hun sprookjesachtige huwelijken op TV – huwelijken die net zo vaak worden verbroken als die van gewone burgers. De koningen van deze wereld, onder welke titel we ze nu ook ontmoeten, hebben vaak niet veel bijgedragen aan het welzijn van hun volk. Of het nu koningen zijn , tirannen of presidenten, of ze van goede wil zijn voor hun mensen of juist echte onderdrukkers, - over het algemeen zijn ze niet erg succesvol geweest inh et maken van deze wereld tot een goede wereld voor allen. Zullen we dus Christus tot onze Koning maken? Misschien moeten we er nog eens twee keer over denken.
We weten natuurlijk dat in de Bijbelse traditie koningen een antwoord waren op de roep van het volk om geleid te worden door iemand die hen in de naam van God zouden beschermen – hen als goede herders zouden leiden naar goede weidegrond en naar verfrissend water. In de eerste lezing hoorden we hoe ze in gebreke bleven. Zelfs hun herder-koningen werden machtsmisbruikers en vielen ten prooi aan de verleiding van alle menselijke leiderschaps structuren die hun macht gebruiken voor hun eigen voordeel. En Ezechiël schildert een beeld van God die werkelijk kwaad werd op deze herders en die uitroept: Wee de herders van Israël die zichzelf voeden! Moeten de herders de kudde niet voeden? Maar jullie voeden jezelf met de melk en kleedt je met de wol en je slacht het vetste schaap. Je hebt niet gezorgd voor de kudde; je hebt het zwakke niet versterkt, het zieke niet verzorgd, het gewonde niet verbonden. Je bent niet achter het verdwaalde schaap aan gegaan. In plaats daarvan heb je ze hard behandeld en hen onderdrukt. En dan die prachtige lezing van vandaag, waar God zegt: Ik zelf zal zorg dragen voor mijn schapen en over hen waken; ik leid mijn schapen en geef hen rust; ik zal zoeken naar het verloren schaap en het gewonde verbinden. En dan, te midden van alle menselijke onderdrukking, misbruik, heerszucht – soms zelfs ondanks goede bedoelingen – wordt er een nieuwe manier van leiderschap zichtbaar. Het geeft niet hoe we het noemen, herder of koning; het geeft niet welke titels we uitvinden, koningen of presidenten, oversten of leidsters, de enige geldige norm van menselijk leiderschap in Gods ogen is de zorg voor de zwakken, het leven delen met die uitgeput zijn, hoop geven aan die hopeloos zijn. Elke andere manier – zegt Ezechiël ons – kan de wraak van God zelf verwachten.
Het evangelie van vandaag stelt het koningschap dat Jezus zichzelf toeschrijft tegenover dat voorbeeld dat Ezechiël ons voor ogen stelt. Het toneel is het laatste oordeel. In een eschatologisch beeld wordt ons het uiteindelijke criterium getoond van wat past in het Koninkrijk van God en wat niet. Ja, we kunnen zeggen dat Jezus gediend wil worden als Koning, maar hij blijkt geen enkele eer en lof te zoeken voor zichzelf. Als wij beloven ons in zijn dienst te stellen, hem als onze koning te verkondigen, stuurt hij ons onmiddellijk terug naar waar mensen lijden. De enige manier waarop hij onze trouw aan hem als koning zal afmeten is het glas water dat we delen, de hongerige die we voeden, de lijdende mensen waar we mee samen durven zijn. Ja, laten we Christus als onze Koning vieren, maar we moeten wel bedenken dat de enige koningsmantel die hij zal accepteren het jack zou kunnen zijn dat jij gegeven hebt aan iemand die het koud heeft, de enige scepter die hij de moeite waard zal vinden is misschien de half opgegeten hotdog die je deelde met iemand en de enige kroon de paraplu die je boven het hoofd gehouden hebt van iemand die nat werd van de regen of verbrand door de zon.
Het feest van Christus Koning: het is een viering van echt aanvaarden van Jezus’ boodschap dat God een God is met een hart voor alle mensen in de wereld, speciaal voor de hongerigen en dorstigen, de onderdrukten en misbruikten, degenen zonder hoop - die geen toekomst zien…
Het is ook een viering – als we hem eerlijk onze koning durven noemen – waarin we ons opnieuw toewijden aan onze zending die hij ons gaf toen hij ons op weg zond om door de wereld te gaan met een hart groot als het zijne.
Lachen met ons
Hier is een interessante video die u vast wel mooi vinden.
In onze Agenda
Morgen zullen we onze vierde en laatste dag besteden aan de herziening van de Constituties. Beste zusters en vrienden , dank voor jullie voortdurende interesse en uw gebed. We ervaren echt jullie liefde en steun. Ga alstublieft door met bidden voor ons, zoals ook wij jullie elke dag bij ons weten